Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen

zondag 22 maart 2026

Kroonjaar

De oudste foto die ik heb waar we allebei opstaan,is een klassenfoto uit 1963. Jan-Paul en ik waren zeven. Onze moeders hadden allebei een voorliefde voor strikjes met een lint. 
Zolang als ik me kan herinneren stimuleerden we elkaar tot nadenken. Meestal was het Jan-Paul, zo jong als hij was al enorm belezen, om met nieuwe theorieën aan te komen. Nog op de lagere school filosofeerden we al over het begin van de tijd, en wat daarvoor kwam. Jan-Paul schokte me met zijn theorie van de continentale drift en liet zien hoe Afrika en Zuid-Amerika in elkaar pasten als een legpuzzel. We hingen de theorie aan dat de dinosaurus uitstierf door een enorme meteoor. Jan-Paul opperde dat vogels de directe nakomelingen zijn van de dinosaurussen. Ik kwam dan weer met zwarte gaten aanzetten, waarvan de zwaartekracht zo sterk is dat zelfs licht niet er meer kon ontsnappen. We koesterden al deze kennis als Geheime Kennis, want we meenden dat dit alles in strijd was met de gangbare, meer burgerlijke theorieën.
In ons latere leven zijn we elkaar blijven stimuleren, artistiek, filosofisch en intellectueel. Zeker tot ons twintigste waren onze interesses bijna kopieën van elkaar. We luisterden naar dezelfde muziek, lazen dezelfde boeken, deden telepathische experimenten (helaas nee…), rookten dezelfde shag en dezelfde hasj (Rode Libanon, meen ik), dronken dezelfde wijn (vaak Luxemburgse). We maakten samen strips, hoorspelen, limerick- en ollebolleke-cycli, schreven samen scabreuze gymnasiastenporno (Rhododaphnè en Euklippos), reisden naar Haarlem, Den Bosch, Utrecht, Maastricht om er de musea, kastelen en kerken te bezoeken.

Robert (foto: Mariët Sieffers)

Natuurlijk groeiden we naderhand uit elkaar. Jan-Paul ging in Utrecht studeren, ik bleef in Amsterdam. Jan-Paul werd musicus, ik nietsnut. Jan-Paul zong liederen van Schubert, ik voerde na een heerlijke periode van langdurige werkloosheid boektitels in in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek. Ik ging met pensioen, Jan-Paul ontdekte geleidelijk dat ook hij een soort pensioen ingleed.
Gepensioneerd nu, voer ik nog steeds zo weinig mogelijk uit en is Jan-Paul nog altijd heel actief met dit en dat. Als je ons vandaag naast elkaar zet, zou je niet zeggen dat ons innerlijke leven onontwarbaar met elkaar verweven is. En toch is dat zo, nog steeds. We zijn tweelingbroertjes. Thans kaal en met een grijze baard.

Jan-Paul (foto: Paulien Kop)
Om te vieren dat we de rijpe leeftijd van zeventig bereikt hebben, hebben we een boekje uitgegeven. Iets dergelijks hebben we wel vaker gedaan: bij vorige kroonjaren (50, 60 en 65) stonden we stil met cd's (Dwarsliggers en Wat ik later wilde worden) en vertaalde pop- en rockteksten (Raconteur, troubadour). Dit kroonjaar besloten we een bloemlezing uit eigen literair werk te publiceren. Verhalen en gedichten die we schreven tussen 1975 en 2025, een halve eeuw. Het al te vroege jeugdwerk heeft het boekje niet gehaald en, lezer, wees daar maar blij om.
Hierbij presenteren we Kroonjaar. Een kwatrijn van Adriaan Roland Holst onder die titel dient als motto van ons boek:

Leeg en gehuldigd
kwam hij thuis,
vermenigvuldigd
tot een muis.

Vandaag, precies tussen ons beider verjaardagen in, kondigen we dit boekje aan.

Jan-Paul van Spaendonck & Robert Eksteen - Kroonjaar. - Amsterdam/Haarlem, Uitgeverij Faun, 2026.

U kunt het boekje HIER bestellen.


zondag 28 november 2021

Waar

Je maakt je eigen landschap, vaag en mild.
Je projecteert een heuvel met wat bomen,
een flets riviertje dat vergeet te stromen:
een wereldje dat enigszins verstild

en uit een frêle diepte lijkt te komen.
Je bouwt een muurtje: een denkbeeldig schild
waarachter in een veldje, ongewild
de doden rustig blijven liggen dromen.

Daar zijn de graven, achter deze muur:
‘t familiegraf met vader en met ma,
en met mijn al te vroeg gestorven zusje.

Je fantaseert daarbij een duifgrijs musje.
Maar Frans verdomme, nu ook Ger en ja!
Ja Ger. Frans ja! Waar ben je op dit uur?

woensdag 10 november 2021

Brugwachtersgeluk

De brugwachter is vast een man alleen.
Hij is op leeftijd. Onbehouwen heeft
het lot hem neergesabeld. Wat wel leeft
glijdt langs zijn drukkende cabine heen.

Een jacht, een sloep met zeil eroverheen,
een rondvaartboot die naar de kade streeft.
En op de brug wie haast en wielen heeft:
koeriers en taxi’s, vrachtwagens met steen.

Wanneer zijn dienst voorbij is klinkt een plaat,
want in zijn hok staat ook een grammofoon.
Een koffertje met singletjes staat klaar.

Hij houdt van zachte ballads met gitaar.
Een oog wordt mistig bij de eerste toon
en zacht het grijs beton van zijn gelaat.

(Naar een blog van Marius Jaspers uit zijn boek: Dagklad, de Haarlemse jaren.)

 

maandag 18 oktober 2021

Oe-oehoe

Vannacht rond drie uur klonk het in de straat.
Een eerste oe-oehoe passeerde traag
de achterkant van het gordijn: een vraag
die ijzingwekkend lang gesteld werd. Kwaad

alsof het diepste van de nacht alleen
aan hem behoorde? Zuiver, ijl, vol kilte,
omlijst door niet te vatten, zware stilte
alsof het leven was gehakt uit steen.

Een tweede oe-oehoe klonk ijselijk.
Ik had, wist ik nu zeker, niet gedroomd.
Klonk hier het antwoord of een diepe klacht?

‘Was dat een uil?’ vroeg mijn geliefde zacht.
‘Ik hoop het wel,’ antwoordde ik beschroomd,
‘want anders zijn er spoken in de wijk.’

(Naar een blog van Marius Jaspers uit zijn boek: Dagklad, de Haarlemse jaren.)

 


 

 

zaterdag 13 maart 2021

Mijn tuintje

Ede Staal (1941-1986)
Ede Staal (1941-1986)
Nog een tekst die het verjaardagsboek met vertalingen niet gehaald heeft, maar die ik toch wel erg aardig vind. Tijdens de redactionele bespreking viel deze tekst min of meer af omdat de oorspronkelijke tekst ook al in het Nederlands is. Nu moet ik bekennen dat ik voor dit Gronings bijna net zo vaak het woordenboek heb moeten raadplegen als voor een "snelle" Engelse tekst, maar ja, Nederlands is Nederlands. Och had ik dan maar een Friese bard gekozen! Fries is namelijk wel een aparte taal!


Mijn tuintje

Mijn sperziebonen die komen zo slecht op
en de spreeuwen vreten de rode bessen op.
Mijn aardappels en mijn sla schieten al door,
als ’t zo doorgaat dan wordt het een strop.

Maar mijn tuintje, maar mijn tuintje ja jou mis ik niet graag,
er is altijd wat te doen voor mij.
Mijn sperziebonen die komen zo slecht op
en de spreeuwen vreten de rode bessen op.
 
Wat is er mooier dan een huisje met ’n mooi lapje grond,
wat is beter dan de kunstmest, ja dat weet u, da’s de stront,
van ’n paard en ’n koe, bij mijn ouders ook de beer
en als we hem sneden, ja dan zongen we maar weer…
 
Wortels aangevreten en de aardbeien vol kruid
Tuinbonen zitten vol luizen en de slakken lachen me uit.
Afrikaantjes en groene zeep, ja probeer het maar een keer,
wat as of wat zout, en dan zingen we maar weer…
 
‘k Heb spinazie, ik heb raapknollen, ‘k heb radijs en rammenas,
‘k heb andijvie en augurken en tomaten in de kas,
ja zo komen we met z’n allen de winter wel door
en het volgend jaar dan gaan we er samen weer voor.


Mien Toentje
Ede Staal, van het album Mien toentje (1984)
Auteur: Ede Staal
Vertaling: Robert Eksteen

Noot: Afrikaantjes en groene zeep worden gebruikt als middelen voor ongediertebestrijding.

Bent u benieuwd welke 65 teksten het boek wel gehaald hebben, houd dan dit blog in de gaten.  Wanneer het boek uitkomt weten we niet precies, maar ijs, weder en virus dienende zeker dit jaar nog.

zaterdag 27 februari 2021

Verjaarscadeautje

Jan-Paul en ik gaan weer een jubeljaar tegemoet. Over een paar weken worden wij 65. Traditie wil dat we iets dergelijks vieren met een cultureel aardigheidje. Toen we 50 werden hebben we een Nederpop-cd gemaakt, toen we 60 werden een cd met modern klassieke liederen. Dit jaar wordt het een boek met vertalingen van popteksten van songs die ons leven vorm hebben gegeven.
Een periode van koortsige activiteit wordt momenteel afgerond. De 65 teksten zijn geselecteerd, over het nawoord en het notenapparaat wordt gebreinstormd.

In het proces is het onvermijdelijk gebleken dat er een paar teksten af moesten vallen. Een van die afvallers is deze, een slimme, zich aan geen regels houdende tekst van de Australische stand-up comedian Tim Minchin.

Ik sympathiseer hevig met de erin verkondigde mening, maar in het grotere kader van het boek zijn er andere keuzes gemaakt.

 

Als je je geest teveel opent, vallen je hersens eruit (of: Neem mijn vrouw)

Wie mij ook maar één enkel voorbeeld
uit de geschiedenis kan geven
van een helderziende
die in staat is te bewijzen
onder redelijke experimentele omstandigheden
dat hij of zij gedachten kan lezen
 
En wie mij ook maar één enkel voorbeeld
uit de geschiedenis kan geven
van een astroloog
die in staat is te bewijzen
onder redelijke experimentele omstandigheden
dat hij of zij de toekomst kan voorspellen
door hemelse tekens te lezen
 
En wie mij ook maar één enkel voorbeeld
uit de geschiedenis kan geven
van een homeopathische genezer
die in staat is te bewijzen
onder redelijke experimentele omstandigheden
dat oplossingen van oneindig kleine deeltjes goed spul
herhaaldelijk verdund in relatief grote hoeveelheden water
permanent een hogere medische waarde hebben
dan een op identieke wijze toegediend placebo
 
En wie mij ook maar één enkel voorbeeld
uit de geschiedenis kan geven
van een spiritueel of religieus persoon
die in staat is te bewijzen
op logische dan wel empirische wijze
dat er een hogere macht bestaat
met een zeker bewustzijn of belangstelling voor het menselijk ras
of het vermogen mensen te straffen of belonen voor hun morele keuzes
of dat er naast vrees een goede reden bestaat
te geloven in welke versie dan ook
van een hiernamaals
 
Die geef ik mijn piano
mijn linkerbeen
en mijn vrouw
 
If You Open Your Mind Too Much Your Brain Will Fall Out (or: Take My Wife)
Tim Minchin, van het album So Rock (2006)
Auteur: Tim Minchin
Vertaling: Robert Eksteen

 

Als het boek klaar is zullen we details bekendmaken voor die paar vrienden en kennissen die een exemplaar willen bemachtigen.

 

maandag 15 april 2019

Lizzie vrijdagochtend?


Een prachtig bleke jonge vrouw zat daar
de NRC te lezen, ‘k rook haar roken.
Haar groen-juwelen ogen keken ook en
we monsterden elkaar. Op mijn gebaar

gewerd mij naast een whisky een sigaar
(want ieder vecht altijd met eigen spoken).
Ze heeft me toen begerig aangesproken -
er sprak een rode waterval van haar:

‘Ik zag u zitten poëzie te lezen
en wilde met u samen zijn voorgoed
en elke avond weer gepassioneerd

de liefde met u spelen, met uw wezen:
ik houd van u, uw spuug, uw geil, uw bloed.’
Zo had ik dit moment gefantaseerd.

vrijdag 6 juli 2018

Drie nieuwe gedichten


De grootste structuur in het hele heelal

De grootste structuur in het hele heelal
drijft hier lui in het slootje langs het huis.
Hoe dat kan? Ik snap er ook niets van – het
schijnt iets met het licht van doen te hebben,
hoe de schaduw van een zieke els een floers
van zacht en zangerig onbegrip in het veelal
rimpelloos blijvende, duistere water van die sloot
geniepig injecteert. Hoe dan ook, ’t is niet pluis.
Waar sterrenstelsels een haast verwaarloosbaar
klein menigtetje vormen, gravitas suggereren
die er niet is, daar maken slootvlooien werk
van het echte licht, en schaduwen dansen dankbaar.



Ik val niet ik vlieg
“The knack of flying is learning how to throw yourself at the ground and miss." (Douglas Adams)

Net zoals een ongemerkt moment van niets plots iets wordt, even-
wel nog steeds niet opgemerkt wordt,
wordt mijn onbeholpen manier van vliegen
lang niet altijd naar waarde geschat.
Ik houd daarvoor de ogen en hersenen
van al mijn mede- en tegenmensen verantwoordelijk.

Lopen? Maar... lopen?

Wat is dat ja, dat korte, wankelende net niet vallen,
dat telkens net op tijd je leven redden, keer
op keer in monotone regelmaat
het neerstorten doen stoppen?

Vermoeiend? Ja… vermoeiend! Vandaag
was zuster zwaartekracht minstens tien procent groter
aanwezig dan gisteren.



Verwoordbaar (maar eigenlijk de dood, natuurlijk)

Onverwoordbaar is de stille pijn die allen escorteert.
Uitgesproken pijn is juist oververwoordbaar.
Kan ik die pijn door woorden onderwerpen? Stillen soms?
En welke pijn is dan het meest verwoordbaar? Bliksems!

Het lukt niet. Het blijkt dat alle pijn mijn ziel blijft kwetsen.
Niks is verwoordbaar. Waar valt tot alfabet uiteen abstracte pijn?
En moet ik voortaan, ondoorzichtig ook, gaan trachten
machteloos gelach van woorden te doorgronden?

Wat is het boze weer weer onweer barend,
wat sist de tondel in mijn kist met woordvoorraad:
het knettert dat het heilig is, jij, zij, ik.
Ik. Ik. Ik. Ik. Voornaamwoordelijkheden knallen uit elkaar.