maandag 25 mei 2015

Groeistappen

In Het gat in de wereld heeft Benno Barnard het over “de sigaret die aan alle sigaretten voorafging”.

Ik was twaalf, heel misschien net dertien. Ik had mijn eerste pakje shag gekocht. Dat ik zou gaan roken was vanzelfsprekend, iedereen deed dat, einde zestiger jaren. Je in de fietsenkelder van de school vertonen zonder een pakje Zware van Nelle in het linkerborstzakje van je afgedragen spijkerjasje was volstrekt onbespreekbaar. Je rookte, of anders was je cool definitief naar de vaantjes...

Ik fietste met mijn buit naar een rozenplantsoen net buiten de invloedssfeer van familie en buren en, staande met de fiets tussen mijn knieën, opende ik mijn allereerste pakje shag. Ik bestudeerde de samengeperste plak tabak (helemaal niet zoals ik me dat voorgesteld had) en plukte er ten slotte wat draadjes uit. Dit leek wel te gaan lukken. Mijn met Mascotte vloei gedraaide debuutsjekkie had allerlei rare bulten, maar rook goed, zoals het hoorde: een kruidige lucht die achter in je neusholte een tintelende mengeling van spanning en knusheid opriep.

Ik stak het sjekkie aan en nam een tentatieve trek.

Ik had wel degelijk al eens wat gerookt, meestal trekjes van een Belinda die de vroegrijpe meisjes meenamen naar schoolfeestjes, maar ik was in het geheel niet voorbereid op de dramatische verschillen tussen dat lichte rokertje en het grote-meneren-werk van de weduwe Van Nelle. Ik verslikte me dus terstond en werd bekropen door een diep gevoel van schaamte, spijt en zinloosheid. Maar door die ellende en het gehoest heen begon allengs iets binnenin mijn hoofd te tintelen en ik begreep al snel dat ik nog niet klaar was met dat roken.

Wel leek het me een goed idee om de fiets even neer te zetten, en op een bankje te gaan zitten. Langzaam duizelig wordend bezag ik de wereld op een nieuwe manier. Eén van mijn maagdelijkheden was ik aan het kwijtraken en ik besefte dat ik aan het toetreden was tot een nieuwe kaste, en een stoere nog wel! Maar misschien kon ik het een volgende keer beter eens proberen met halfzware.

Toch fietste ik naar huis met een zeker gevoel van transcendentie, van overgang. Groeien gaat met momenten, realiseer ik me nu, en dit was zo’n moment.

Pas ruim dertig jaar later maakte ik de logisch daaropvolgende groeistap. In augustus 2000 stak ik mijn allerlaatste sjekkie op.